Bellen
Het fijne van een NICU is dat je dag en nacht mag bellen. Je hoeft 's avonds alleen maar de naam van je kind te noemen en je krijgt iemand aan de lijn die je vertelt dat zijn infuus via de navelstreng eruit is.
Een draadje minder om mee te kangaroeien.
's Ochtends mag je nog eens bellen. Ze vertellen dat Milo poept, en veel ook. Daar ben je dan telefonisch trots op. Zijn darmen werken, woehoe.
Er verschijnt opeens een pasgeboren jongetje in mijn hoofd, verstopt in een woud van draadjes in een bliepende plastic bakje. Hij zwaait naar me met zijn luiertje.
'Aran poepte ook zoveel,' zeggen Edwin en ik tegen elkaar en ik voel een vleugje ouder-metamorfose waar de niet-baby liefhebber altijd zo verbaasd over is: Poep, plas, slijm en spuug. Alles wat vies is, vinden verse ouders fijn.
Andersom belt de NICU jou ook, mocht dat nodig zijn.
'We zorgen eerst voor het kind, dan bellen we de ouders.'
Prima volgorde, maar het betekent wel dat ik steeds moet weten waar mijn telefoon is.
En er zijn misschien mensen die hun telefoon ook daadwerkelijk steeds bij zich hebben, ik niet. Om het half uur loop ik ernaar te zoeken. Het geluid staat ook nog eens uit, omdat ik verder zo onzichtbaar mogelijk probeer te zijn. Tegengestelde belangen als het ware.
Maar dat is het thema dezer dagen. Het wezen der vroeggeboorte is met zijn dikke kont op mijn leven gaan zitten en bepaalt nu het ritme der dingen.
En dus: vandaag is een goeie dag.
Geen oproepen gemist.
19 Mei 13 om 07:40 :: Reageer (nul)
14 weken
'Zouden er mensen zijn die niet meer naar het ziekenhuis gaan?' vraagt Edwin onder de douche. 'Die pas na 14 weken komen kijken of hun kind al af is?'
Ik heb pijn in mijn buik maar wil niet onder het warme water weg. Ik knik. Ik kan het me voorstellen namelijk. Dat je er niet aan begint. Aan houden van een kind dat nog niet af is.
Mijn borsten zijn joekelgroot van het kolven. Daar denk ik ook aan. Zo'n lijf dat maar transformeert. En aan Milo, de hele tijd aan Milo. Zijn handje zo groot als mijn duimnagel. Zijn ogen nog niet open. Hij is er nog niet, hij is er nog niet eens en toch ligt hij al in die couveuse. Er woedt een gigantisch schuldgevoel in mij. Mijn ratio wordt erdoor weggeblazen.
Voordat het niet-snappen en de paniek weer begint ontploft achter ons met veel kabaal de sanibroyeur, oftewel de waterpomp die het douchewater moet afvoeren.
Ik zet de douche uit. Edwin rent weg. 'Het gaat alweer,' hoor ik hem roepen.
18 Mei 13 om 09:15 :: Reageer (nul)
Kangaroevrouw
Gisteren kreeg ik een mail over de draaidag van de Boekenbakkers. Die is vandaag over een week.
Samen met een winnend kind moet ik in zes weken een 'boek bakken'. Net als acht andere schrijvers. Superleuk, en mensen in supermarkten mogen die boeken dan sparen, met zegeltjes enzo.
Ik heb altijd al een boek willen schrijven dat je kon sparen. Echt waar.
Het kind moet op die draaidag nog van alles doen, ik niet al teveel geloof ik. Nou ja, schrijven, maar niet op die dag.
Er zijn nogal wat BN-ers bij betrokken en dus TV.
Edwin moest lachen toen hij het hoorde. Maar dat kwam omdat we net in Ikea waren en ik wat draaierig op een blauw plastic demonstratiekrukje zat.
'Na een week is zo'n buikoperatie alweer een hele tijd terug natuurlijk,' zei ik.
Edwin zei niks.
ZZP-er en ruig moederschap. Daar is vast ook een hilarisch boek over te schrijven.
Maandag beslissen of ik doorga met de Boekenbakkers, en anders overweeg ik een nieuwe carrière als kangaroevrouw.
Iedere dag een paar uur halfnaakt in de baby intensive care, en dan mogen ze me bedekken met bliepende baby's.
Schijnt wetenschappelijk enorm verantwoord te zijn.
18 Mei 13 om 07:39 :: Reageer (nul)
Eerste dag terug in de boot
Ik word wakker met paniek. Mijn telefoon is uit, ik kan niet overeind komen en ik weet niet hoe het met Milo is.
In mijn hoofd nog steeds dat cynische zinnetje dat zich gisteren opdrong: het ziekenhuis eet je op, snijdt je baby uit je buik, spuwt je weer uit.
Het is waar en niet waar, waar en niet waar. Ik probeer overeind te gaan zitten. Mis zo'n handvat bij mijn bed. Een bed dat zelf omhoog beweegt.
Is mijn paniek een teken van iets?
Ben ik een teken van iets? Is het weer, de kriebel in mijn teen, de pijn in mijn buik een teken van iets?
Dan bedenk ik dat ze bellen als er wat met Milo zou zijn. Dat helpt een beetje.
Daarna begint het zoeken naar stekkers, vers gehuurde kolfapparaten en een jongetje dat wakker is geworden en zich verstopt in zijn bed. Ik vind alles en iedereen.
We eten beschuit met muisjes, Woek kijkt liever naar Mega Mindy.
Om elf uur wil ik bij Milo zijn, maar eerst opvang voor Aran zoeken. In mijn hoofd een lijst; verzekeringen, annuleringsverzekeringen (ik zou volgende week naar New York), vervoer.
Wat helpt zijn de berichten. Mailtjes, facebook, onverwachte warme steun. Ik ben blij dat ik dit openbaar opschrijf, al is het een risicovol ding om te doen, openbaar schrijven aan een verhaal dat nog geen einde heeft.
17 Mei 13 om 08:04 :: Reageer (zeven)
Begonnen
Er is nogal veel dat ik niet begrijp. Dus wil ik graag structuur voor als ik hier wegga.
Ik wil weten hoe laat ik bij Milo kan zijn. Hoe laat niet.
Ik wil eigenlijk niet dat ze zeggen: je kan komen wanneer je wilt.
Tot nu toe zijn de dagen vol. Kolven, heen en weer lopen. Gesprekken met verpleegkundigen, artsen, les in Milo (niet aaien, niet te zacht, wel druk van je hand), rusten. Geen bezoek.
Ik wil naar huis.
Ik ga naar huis. Maar dan?
Misschien dat ik van daar weer kan beginnen met grip. Hoe alles verder moet. Hoe je moet autorijden met een keizersnee, wat niet mag. Hoe ik dan hier moet komen als lopen naar de metro te ver is. En dat zijn dan de praktische dingen, want hoe ik moet voelen - ik zou het niet weten.
Ze zeggen 'neem het per dag'. Maar zelfs als je het per dag neemt gaat het nog weken duren dus die ene dag slaat nergens op. Kijk, daar gaat mijn hoofd weer.
Ik ben nog niet eens begonnen met beginnen.
16 Mei 13 om 16:46 :: Reageer (een)
Witte tuinstoel
Milo klinkt als een cavia. Iets tussen knorren en protesteren in, vooral als hij gaat kangaroe-en.
Dat wil zeggen dat hij uit de couveuse wordt gehaald en van bovenaf met al zijn honderdduizend slangetjes op de blote huid van zijn 'papa' of 'mama'- zoals alle ouders door het couveuse personeel worden genoemd – neerdaalt. Milo is niet groter dan een mannenvoet gok ik, hij is rood, zijn ogen zijn nog steeds niet open. Er zit een buis op zijn neus om hem te helpen ademen, zijn lippen zijn vol, die lijken op de mijne. Dat denk ik tenminste, want heel goed kan ik hem niet zien.
Cocoonen noemen ze het ook, je mag een uur tussen alle piepjes en alermbellen van een baby intensive care achter een geel gordijn genieten. Op een witte plastic tuinstoel.
'Ga maar lekker genieten mama'.
En als van tevoren iemand had gezegd: 'Weet je wat, ik snij je kind uit je buik, behang hem als een kerstboom en jij mag de piek zijn.' Dan had ik geantwoord: 'Ik hou niet zo van kerst.'
Wat blijkt; het is best lekker om naar je knorrende cavia te luisteren. Fuck de kerstballen.
16 Mei 13 om 06:35 :: Reageer (vijf)
Suiker
'Je mag niks tillen dat zwaarder is dan je pas geboren kind.' Dat schijnt een vuistregel na de keizersnede te zijn.
Mijn kind weegt minder dan een pak suiker.
En hij gaat nog afvallen, waarschijnlijk, dat is zo'n onvermijdelijk iets bij pasgeborenen. En ik kan hem ook helemaal niet vastpakken dus wat is dat voor een debiele wereld waarin ik opeens leef, met vuistregels waar ik niets aan heb en een kind dat in mij zou moeten zitten maar in plaats daarvan in een plastic bak met buisjes ligt?
Mijn hoofd wil er niet omheen.
Zoals vroeger, bij gym, wat de gymleraar altijd probeerde: 'Ok, Jowi, je bent nu met je neus eerst over die bok gevlogen en ja, dat doet misschien een beetje pijn. Maar probeer het nog eens, dit keer je handen gebruiken. Nog ns, dat durf je best.'
Toen rende ik altijd hard huilend weg. Ik durfde niet.
We stoppen we hem terug. Op de plek waar hij hoort. Ik zal niet meer bang zijn.
Ik wil nog ns.
15 Mei 13 om 07:15 :: Reageer (zes)
Milo
Ik dacht dat je met morfine goed zou slapen. Maar het zijn ruimteschepen in je hoofd en je stapt steeds over op een andere terwijl je probeert te onthouden wat wel en niet echt is. Terwijl je probeert te ontdekken welke goed zweeft.
Wat zeker echt is, is dit: We hebben een zoon. Hij heet Milo en hij is gisteren om 18:35 geboren. Lag met zijn voeten al naar buiten en dwars bovendien, er was geen houden aan, het kwam uit het niets en dat heb ik denk ik al wel honderd keer in mijn hoofd gezegd. Dit gebeurt echt. Dit is nu. Niet te stoppen. Dit is fase twee van het onverwachts keihard door het leven glijden in een glijbaan met een kap, zonder ramen: Ik heb een zoon die is geboren met 26 weken en 1 dag. Hij ziet eruit als een iets te rood, haarloos, pasgeboren poesje. Zijn hoofd verdwijnt in alle apparaten, zijn ogen zijn dicht. Als ik het niet al een keer had meegemaakt, zou ik gek worden van angst.
Nu klamp ik me vast aan het gevoel dat ik had toen ik bijkwam uit de narcose (de ruggenprik werkte niet): Met Milo gaat het goedkomen.
Hij zit niet meer in me, maar hij ademt. Hij heeft voetjes en handjes en een mutsje op. Dat is best goed voor zoveel vers leven.
Dit ruimtescheepje neem ik.
En dan later eens leren hoe we gaan landen.
14 Mei 13 om 09:13 :: Reageer (acht)
Veelkoppig monster
Ik vergeet de belangrijke dingen. 'Elk uur dat je niet bevalt maakt de kans op een vroeggeboorte kleiner.'
Zei de de zaalarts dat gisteravond echt? Wat bedoelde ze ermee behalve het voor de hand liggende feit dat ieder uur winst is? Ik word er 's nachts wakker van en peins erover met groot fanatisme.
Ook zei de zaalarts dat het OLVG heeft gebeld om te vragen hoe het met me is.
Het OLVG was het ziekenhuis waar ik vrijdag redelijk niets vermoedend binnenliep voor een extra controle, waarna ik per ambulance naar het AMC werd gebracht. Want hier zitten ze erop, op het redden van pakjes suiker. In mijn hoofd verschijnt het beeld van het ene veelkoppige monster vol blinde ramen en zoemende apparaten dat belt met het andere veelkoppige monster. Wat vind je van mijn hapje?
Er gaat absoluut iets zorgzaams van uit.
'En?' vroeg ik gisteravond dus aan de zaalarts, 'hoe gaat het met me?'
Er verscheen een klein glimlachje op haar gezicht: 'Ik heb gezegd: Ze is nog steeds zwanger.'
13 Mei 13 om 05:53 :: Reageer (drie)
Nu even geen fictie
Daar lig ik dan. Alweer twee nachten. In een grote witte kamer met zo'n douche met een zitje.
Omdat het kindje waar ik zwanger van ben al met 26 weken (dat is het vandaag precies - dat hebben we dan weer gehaald - dat is de nieuwe denktraining), naar buiten wil. Of dreigt te willen.
Niemand weet waarom. Niemand weet wat eraan te doen is (behalve tijdelijke weeënremmers, maar die houden vandaag op. En longrijpers -die ook.)
Liggen, in het ziekenhuis. Ik had nooit bedacht dat ik het zou willen, maar hopelijk lig ik hier weken. Plat, zoveel mogelijk. Want hoe langer ik plat lig, hoe langer het kindje misschien in mij wil blijven.
Als het nu al komt heeft het maar vijftig procent kans om te overleven, zei de kinderarts gisteren. En van die vijftig procent heeft vijfentwintig procent ernstige 'restschade'.
Bij dat soort informatie denk ik steeds: dit gaat niet over mij. Dit wil ik niet. Dit gebeurt niet. Alles wat ik aan wegvluchten, wegrennen en niet geloven in me heb staat op de barricades.
En ik heb vragen.
Ik wil weten of een bevalling rekken tot weken een reëel doel is. Of ik in gevaren of hoop moet denken. Of er nog meer prognoses zijn, of ik méér kan doen, of ik méér had moeten doen.
Er zijn geen antwoorden.
Of eigenlijk wil ik er ook maar één. Dat iemand zegt: het komt allemaal goed. Alles.
Ik glij langs iets glads naar beneden en mijn nagels maken dat piepende geluid op een schoolbord.
12 Mei 13 om 09:06 :: Reageer (zes)
Bed bouwen
Ooit kocht ik bij Ikea een simpel bed. Dat bed heeft al één huis en één boot meegemaakt. In de oude boot werd het opgehoogd en schever gemaakt, want dat is een oude bootwet: hoe schever hoe rechter.
Nu is er de nieuwe boot en opnieuw mag het bed aan de slag. Dit keer schuiner, want schever is een andere vorm van schuiner en ook dat is een botenwet.
We zoeken nog naar een wet voor groter en breder.
04 Mei 13 om 13:15 :: Reageer (vier)
Hoe moet dat, leven?
Wie het googelt, het orakel van onze tijd, komt als eerste bij het Benedictijnse klooster uit. Daarna beweert een ander artikel dat het een afgezaagde zin is, en direct volgen 'Haal meer uit je leven', 'Hoe leef je goed' en 'Hoe leef ik zonder geld'.
De pagina eindigt met een wikihow, een meerstappenplan. De eerste stap: 'Besef dat u uw bestaan te danken hebt aan ons zonnestelsel.'
Meestal komt mijn vraag voort uit het nalezen van mijn to do lijstje waarin 'hoe haal ik drie deadlines' wat botst met 'ik wil vandaag slapen en een fijn boek lezen'. Een beetje als de politie bij de kroning: hoe blijf je relaxed en toch scherp.
Hoewel ik vroeger erg voor verdieping was, zie ik op dit moment dat het acht uur is geweest, tijd dus om mijn kind te grijpen en het leven in te rennen.
Ik heb zelfs geen tijd om alle wikihow stappen te lezen, maar wat zeiden ze ook alweer over stappen? Eén voor één.
Vandaag ben ik dankbaar dat ik mijn bestaan te danken heb aan ons zonnestelsel.
01 Mei 13 om 08:07 :: Reageer (nul)
Koningsdag
Hier aan de overkant ligt de boot van sinterklaas, met zo'n lange pijp. Hij oefende er gisteren de hele avond mee, spookachtig.
Er liggen meer gelegenheidsboten. Ze voeren allemaal de Nederlandse kleuren, wij hebben een joekel van een piratenvlag hangen, voor het contrast.
Misschien dat mijn kind zich in oranje hijst vandaag, ik kan me daar niet zoveel bij voorstellen. Maar het lopen, daar heb ik zin in. Mensen kijken, alles eten wat je tegenkomt (ok, bijna alles).
Banjeren.
En als we daar een koning voor nodig hebben. Nou, dan banjeren we met koning.
30 April 13 om 08:48 :: Reageer (nul)
Waar ik niet ben

Kijk, dit is vandaag De Kleine Cervantes prijs in Gent, waar ik niet ben.
Er waren maar zes boeken genomineerd. Het lijkt me een toffe prijs. Zo vaak gebeurt zoiets niet. Ik heb er nog wel met Jaap een filmpje voor gemaakt.
Waarom ben ik er dan niet?
Ik heb een aantal redenen verzonnen:
1. Ik vond het eng.
2. Ik had geen echte uitnodiging (of ja, een algemene, dat het zou komen, blijkbaar geloof ik teveel in persoonlijk)
3. Die algemene mail heb ik niet goed gelezen.
4. Het is Arans tweede wendag op de basisschool (wat een hele goede reden leek, maar waarvan ik nu opeens denk: had ik niet iets kunnen regelen?)
Spijt dus. Stom van mij. Straks Aran maar eens uit schol halen.
Nu win ik vast niet.
25 April 13 om 10:06 :: Reageer (een)
Wennen op de basisschool
Hij greep me vast met allebei zijn knuistjes, want als Aran bang is, krijgt hij weer knuistjes. Ik moest nog harder huilen dan hij, maar verstopte dat zo goed mogelijk.
Er was één kindje dat ik kende van de crèche, er was een lieve vader die zei dat het een fijne klas is. Er was een stoeltje speciaal voor Aran, waarop hij aarzelend ging zitten omdat hij natuurlijk wel wist dat als je gaat zitten, je niet meer wegkomt.
Om half één mag ik hem ophalen. Dan gaan we een beker, een lunchtrommeltje en een schooltas voor hem kopen.
24 April 13 om 09:52 :: Reageer (drie)
Kinderboekenschrijversflashmob ik was erbij
Al weken liep mijn mailbox vol met opgewonden berichten van Claudia Jong en Manon Sikkel. Over de kinderboekenschrijversflahmob: oftewel, red de kinderboekwinkel door met zoveel mogelijk schrijvers en illustratoren 'iets' te doen. In Maastricht, bij de Boekenwurm.
Nu was ik vroeger actievoerder, maar tegenwoordig niet meer.
Het idee om heel veel energie te steken in iets waar je het met elkaar heel erg over eens bent (want ja natuurlijk moet de kinderboekhandel behouden blijven) staat me tegen.
De echte vraag is en blijft immers: hoe bereiken we de rest van de wereld. En dat niet alleen, hoe zorgen we ervoor dat ze dan ook anders gaan denken en doen (in dit geval: massaal boeken gaan kopen in een reële, en niet virtuele, boekhandel).
Mijn sombere antwoord? Dat lukt niet.
Hoe dan ook. Ik werd overgehaald door Anna van Praag en we maakten de lange tocht naar het Zuiden, waar de zon scheen en zich in een steegje bij het water een forse kluit kinderboekenschrijvers en illustratoren ophield. Dat vond ik leuk. Dat er zoveel van waren.
Er was ook veel cake.
'Deze is lekker' wees ik de vertegenwoordigers van Lemniscaat.
'Die heb ik zelf gemaakt,' zei het meisje met het dienblad trots.
Er werd een bel geluid (de noodbel) en we lazen allemaal een stukje voor. Het was warm in de boekhandel, ik mocht met één bil tussen cake en koffie leunen.
En opeens dacht ik: wat maakt het ook uit.
Het is net als bij een bruiloft.
Of je er nou bij bent of niet: de hoofdrolspelers zeggen toch wel ja en of hun huwelijk dan standhoudt: dat weet alleen de tijd.
Maar dát je er bij bent, dat telt.
En dat was ik.
23 April 13 om 13:01 :: Reageer (nul)
Ik heb alleen maar stukjes tekst
Na weken van promotie, de boekpresentatie en de expositie van de foto's uit ons boek nooit nooit nooit meer aan de wal had ik afgelopen dagen schrijfdagen.
Elke dag tikken en schrappen en herschrijven. Het was heerlijk.
Gisteren zei Aran: 'Als het tegenzit moet je niet mopperen, dan moet je gewoon 'kut' zeggen. Dat zegt mama ook altijd.'
Daarnet mijn kantoor opgezegd. Niet per se per direct, maar in de komende maanden. Een ander kantoor heb ik nog niet. Soms gaan de daden voor de vastigheid uit.
Gisteren hadden Friso en ik een interview bij Zaanstad FM , daarna op de (gelukkig wazige) foto. Superleuk interview, maar mijn haar zit nooit goed op de radio.
Vandaag met de Woek spelen. Die ligt alvast voor de kachel op de Ipad naar Lucky Luke te kijken.
We kunnen nog overal naartoe.
12 April 13 om 07:48 :: Reageer (twee)
Botenboem trots
Het boek is er. Dat is wat ik vanmorgen dacht toen ik wakker werd. Het is er nu echt. Gisteren de expositie van de foto's van Friso gevierd, de week ervoor de boekpresentatie.
Sommige boeken komen haast geruisloos ter wereld, dit boek kwam met veel kabaal. Het galmt nog in mijn hoofd.
Niet alleen vanwege de aandacht van de pers, maar vooral ook omdat er zoveel mensen bij betrokken zijn.
Alle geportretteerde bootbewoners om te beginnen, maar ook intensief contact met de uitgeverij, met Friso natuurlijk, met Marc de vormgever, metWalter de websitebouwer (www.bootbewonersvanamsterdam.nl).
'Een geweldige co-productie', zei iemand gisteren en ik was het daarmee eens, en hoe fijn dat is, dat iets mooier wordt dan je ooit had bedacht.
Dus ik ben trots.
04 April 13 om 09:00 :: Reageer (een)
Viel
Gisteren viel ik van mijn fiets.
Dat ging zo: ik wilde snel naar het station en ik had niet gezien dat de ketting eraf was.
Dus ik sprong op mijn fiets, zette af en er was niets. Luchtledig. Toen viel ik. Heel snel. Ik schreeuwde niet, ik viel ook niet hard, trouwens. Hoewel ik vandaag beurs ben, heb ik geen blauwe plekken kunnen vinden (lang leve jarenlang vechtsport).
Maar waar ik vannacht wakker van lag was dit: die stilte. Mijn fiets viel, ik viel, mijn tas rolde uit het krat op de grond. Toch brachten we geen geluid voort.
In mijn herinnering was er pas weer geluid toen ik stond. Mijn fiets opraapte, zag dat het krat half los hing.
Vannacht bedacht ik pas hoe dat kwam: een eindje verderop stonden twee mensen met hun hond. De honden waren aan het spelen, de mensen aan het praten. Hoewel ik niet meer dan twintig stappen van ze verwijderd was, kon ik vallen en ook weer opstaan zonder dat ze het zagen. Ik was gevallen maar ik was niet gezien.
26 Maart 13 om 08:01 :: Reageer (twee)
Boem
Gisteren bracht ik papieren langs bij een bedrijvenverzamelgebouw. Een stuk of twintig A4tjes in een witte, open envelop.
Ik had erop gezet voor wie het was en dat was niet de receptioniste. Toch wilde ze per se in de envelop kijken, grondig.
Ik vroeg haar waar ze naar zocht en voegde eraan toe dat dat van mij niet mocht, eigenlijk. Dat het me verbaasde, zelfs.
'Ik léés het toch niet,' bitste ze eerst. Daarna zei ze, toen ze zag dat dat niet hielp: 'Het is een stukje eigen veiligheid, misschien zit er wel een bom in.'
Nog steeds was ik niet overtuigd: 'Maar als er een bom in zit zou u nu zijn opgeblazen.'
Een vilein glimlachje, ze had me door: 'Maar dan was u ook...boem.'
Daar had ik wel een actueel antwoord op, maar ik hield me in.
Wel zei ik nog: 'Wat had u gedaan als de envelop dichtgeplakt was geweest?'
Haar mond, toch al niet gul, werd een strak streepje. 'Dan had ik hem natuurlijk niet kunnen aannemen.'
Ben benieuwd hoe ze de postbode behandelt.
14 Maart 13 om 08:12 :: Reageer (een)
