De jonge leraar (9)

‘Dit kan helemaal niet’ begon de jonge leraar.
Kijkgaatjes waren eenrichtingsverkeer, bedoeld voor de beschaafde burger om te zien of er wel goed volk aanklopte.
Maar hij kon Joris zien en Joris hem ook, want het Jorisoog was van schrik een stukje groter geworden.
George Best keek nog eens, maar dit keer zag hij alleen een gele vlek waar hij een vloerbedekking vermoedde en de rand van een bureau.
Hij richtte zich op.
Wat nu?
Als die Joris zou roepen dat de leraar voor de deur stond, moest hij wel naar binnen. Maar als hij zomaar binnen zou lopen, zou het zijn gezag zonder meer aantasten. Alleen al het feit dat hij op gluren was betrapt. Gluren, de wangen van de jonge leraar werden er rood van.
Hij liet zich vermoeid met zijn rug tegen de muur vallen en keek op zijn horloge, nog een paar minuten. Opeens herinnerde hij zich hoe hij zelf op school had gezeten, zonder horloge nog, verlangend naar het magische moment dat de bel zou rinkelen en hij kon stoppen met luisteren. Heerlijk was dat, die bel die onbeleefd door de leraar heen sneed, die door hem heen schalde en hem daardoor niet meer de moeite van het luisteren waard maakte. Zo snel mogelijk de boeken grijpen, zo dicht mogelijk bij de deur – maar niet helemaal vooraan, want daar stonden de sterkste jongens en ook niet helemaal achteraan want daar stonden alleen maar meisjes. Halverwege dus en dan staren naar die deur. Staren naar het moment dat hij op een onzichtbaar teken openging en dan naar buiten stormen en diep inademen als het speelplein was bereikt.
Een kijkgat in de deur kon de jonge leraar zich niet herinneren.
En er was nog iets dat vreemds.
‘Ik zie dat u vorderingen maakt?’ Het was het dikke mannetje. George Best zag hem naast zich staan en begreep dat vluchten te laat was.
‘Ik zou maar een stukje verderop gaan staan’ zei de Chihuahua, maar hij kefte minder hard dan in de lerarenkamer. Hij klonk bijna vriendelijk.
‘Waarom?’ wou de jonge leraar zeggen.
Een harde bel doorsneed zijn opmerking en de deur klapte zonder pauze open, precies op de plek waar de jonge leraar net had gestaan. Een vloedgolf kinderen rolde naar buiten, en ook weer terug het lokaal in, zo leek het, zo ijverig probeerden ze elkaar voorbij te rennen om als eerste buiten te zijn.
Helemaal vooraan golfde Joris heen en weer, en Joris had een briefje in zijn hand. Hij hield zijn kleine armpje zo ver mogelijk in de richting van George gestoken, dus die greep het. Toen lachtte Joris even, alvorens zich opnieuw in de strijd te werpen.
‘Wat zijn ze stil he?’ zei de Chihuahua. En daar had hij gelijk in. Dat was precies wat de jonge leraar vreemd had gevonden. Het enige dat opklonk in de gang was het trappelen, het ademen en het ritselen van kleren, maar de kinderen zelf waren stil.
George vouwde het papiertje open. ‘HELP¿’ stond er in slordige kinderletters.
En daar moest de Chihuahua bulderend om lachen.
-
pluuusje op 26 01 07 - 08:29
Toch een beetje gekke Chihuahua als hij lacht om een briefje HELP...Wel spannend.
-
Jowi op 26 01 07 - 08:40
Heeeee Pluuus, hoe is het? Geen idee waar dit verhaal naartoe gaat, binnenkort maar eens een middagje in een café eraan doorschrijven. Tot nu toe doe ik het als de Russen; gewoon per keer een stapje verder.
-
pluuusje op 26 01 07 - 09:25
Ja in een cafe schrijven is altijd heel fijn. Eerst even wennen en je generen en je thee op een goede plek zetten, maar als het eenmaal loopt..
Kom je vanavond ook? -
pospos op 29 01 07 - 07:45
heb je fotos in artis gemaakt?