Woek wordt wakker zonder Knoest.
Hij hoeft niet te kijken om het te weten.
Er is geen Knoestheid in huis.
Woek gaat naar buiten. Maar heel even angstig. Zonder Knoest is er geen boven. Geen onder.
Daar zit Knoest.
Woek zucht tevreden en klimt tegen hem aan.