Dat kwam
Dat kwam, er was een boom over hem heen gevallen. Al een dag of twee.
Wat goed uitkwam en ook weer een beetje niet was dat de jongen een paar dagen weg was. Waarheen kon Knoest zich niet herinneren.
Wat iets minder goed uitkwam was de mist. In zijn hoofd, in de wereld.
Daardoor was er geen oplossing. Nog nooit was er zo erg niet een oplossing geweest.
Vreemd genoeg vond Knoest dat wel prettig. Jammer alleen van die mist. Jammer dat zijn been zo'n pijn deed.
Nog even, troostte hij zichzelf.
Nog even en de zon breekt in.