Hoe zou het
Hoe zou het met Knoest gaan, vroeg Knoest zich af.
Hij zat alweer een tijdje op een bankje op straat. Op straat. Waar mensen kwamen.
Hoewel het besef van die straat en zelfs die mensen wel tot hem was doorgedrongen, bleef hij nog even met zijn hoofd in zijn handen zitten.
Nog even niet denken. Nog even niet handelen.
Vergeleken met de grauwheid van het bestaan, vergeleken met al het naderende onheil, leek de eerdere stevige omarming van de boom een liefdesverklaring.