Boink
We hebben weer een min of meer vrij dobberend schip. Bovenop een dikke laag geelwitte blubber, eronder al water, als een plakkaat op natte verf.
Tussen plakkaat en verf zwerven ijsschotsen. Chagrijnige ijsschotsen die zich bij voorkeur met al hun gewicht tegen de boot werpen met de specifieke intentie om mij te pesten.
De hele nacht lang.
Ik weet: dit soort dagen hebben we één of twee keer per jaar. Dan is het over. Dan breekt het ijs, zijn wij weer de vrijbuiters zonder buren die we graag willen zijn.
Boink, mijn kat draait zich nog eens om, ook verderop klinkt gesnurk. Boink.
Het is niet dat ik me bewust zorgen maak. Niet zoals eerder, toen het door de vorst leek alsof de boot doormidden brak.
Het is mijn overlevingsinstinct dat bij elke boink aanslaat. Fight, fright or flight. Of in mijn geval, alledrie tegelijk.
Boink. Het is half vier. Ik werp me uit bed.
Buiten pak ik een verdwaalde peddel en mep ermee op het veel te dikke ijs. Ik zeg 'en nu ophouden', en ik mep nog eens. Zo dik, je zou er nog steeds op kunnen lopen. Ik kijk naar de stille vlakte. Ze verbergen zich, de ijsschotsen. We liggen helemaal stil. Lijkt het.
Ik ga weer naar bed. Mijn kat staat beledigd het hoofdkussen af.
Boink. Boink. De wind steekt op, boink, boink, boink. Maar ik voel de slaap komen.
Ik heb in ieder geval teruggeslagen.
-
inge op 15 02 12 - 10:30
oh ik zou geen oog dichtdoen, ik ben zo slecht met dat soort geluiden. je weet dat ze weer komen, je weet wat het is en toch.
ik denk dat ik die dag al de hele dag water had staan koken en om de boot heen had gegooid ^^