Groeven
Alleen zijn bovenlip beweegt. Daaronder opeengeklemde tanden, hij laat zijn woorden nauwelijks gaan.
Rechte groeven in zijn kop, de tijd heeft zich als een rivier in hem naar binnen gesleten.
Hij is perfect voor een personage. Een man die je haat op het eerste gezicht, maar met een klein hartje. Of op zijn minst een hobby.
Iets met treintjes. Modelbouwtreintjes op zolder. Kan hij uren zoet mee zijn.
Ik zie zijn wenkbrauwen omhoog gaan, heb zijn vraag gemist.
'Wat zei je?'
'Wat jij zoal doet de hele dag.'
Geen treintjes, bommen. Hij maakt in zijn vrije tijd bommen die hij vervolgens begraaft in zijn achtertuin. Waarom?
'Ik schrijf.'
'Dat lijkt me nou zó saai, de hele dag op je kont voor een computer.'
Geen bommen, mijnen. Hij heeft een Tweede Wereldoorlog obsessie, hij wil een mijnenveld creëren en er op een dag zelf heroïsch ten onder gaan.
'Wat?'
'Saai. Voor jou. Schrijven.'
Ik glimlach, tanden op elkaar, net als hij. 'Absoluut,' zegt mijn bovenlip.