Kangaroevest
De antibiotica lijkt aan te slaan, hoewel een bloeduitslag geen duidelijke infectie aangaf. 'Maar soms zijn er we er zó snel bij dat je de infectie al niet meer kunt zien.'
Op de rest van de kweekjes moeten we nog een dag of drie wachten. Volgens de verpleegkundigen is zijn kleur ook beter na de bloedtransfusie, wat mij betreft is hij nog steeds geel-rood.
En lief.
Ik mocht zelfs kangaroeien vandaag, op een zwarte tuinstoel dit keer. In een heus kangaroevest, ontworpen door een moeder die het ook heeft gedaan.
Heel stil lagen we tussen de bliepjes en de alarmen. Ook dat van Milo ging de hele tijd af. Maar dat was een goed alarm: hij had lekker veel zuurstof in zijn bloed.
Het is het 'en weer door' gevoel.
Even staat de wereld stil en houden we allemaal - de één iets meer dan de ander- onze adem in. Gaat hij het redden, blijft hij leven.
Vandaag ging het beter.
Dus: uitademen, taartje eten, zachtjes hoera, en weer doorgaan.
24 Mei 13 om 20:35 :: Reageer (een)
Moederbloed
Gisteravond belde Edwin om te horen hoe het ging. Ik sliep al bijna.
Het ging niet goed.
Milo is gestart met de antibiotica (zo zeggen ze dat, als een parcours dat je gaat afleggen) maar hij krijgt ook een bloedtransfusie. Zijn 'Hb' was te laag, de rode bloedlichaampjes.
En misschien moest er een drupje moederbloed bij. Want dat zat nog in hem, naast zijn eigen bloed en dat hielp dan bij de transfusie. Misschien moest ik dus nog naar het AMC, vóór twaalf uur zouden ze het weten.
Het was half elf. Ik begon maar vast met huilen.
Edwin ijsbeerde.
Corine stond klaar om op Aran te passen als ik met Ed weg zou moeten (want ik mag nog niet autorijden).
Op de mail leefden Anna en Huda mee.
Het voelde allemaal als één geheel. Ergens in Amsterdam is er een machine die hapert, redelijk onmachtige reparateurs staan desalniettemin klaar tot ze wat mogen doen.
Aran werd wakker en riep om zijn vader. Edwin ijsbeerde weg. Ik keek nog eens naar mijn telefoon. Opgeladen, het geluid aan.
Ik stuurde een paar mailtjes. Taal als bouwwerk om je aan vast te houden. Taal als boei.
Edwin kwam niet meer terug. Ze belden niet.
Om twaalf uur belde ik zelf. Het bloed was net 'klaargezet', ik hoefde er niet bij te zijn.
Voor het eerst vroeg ik me af of ik er bij wílde zijn. Bij móest zijn misschien.
Ik belde Corine, ga maar slapen zei ik. Het hoeft niet.
Toen ging ik naar Aran kijken. Edwin lag om hem heen. Ze snurkten.
24 Mei 13 om 07:33 :: Reageer (twee)
Spuitjes moedermelk
Het was Arans eerste dag op de basisschool vandaag. Hij moest eigenlijk vorige week beginnen maar dat was mislukt.
Zo'n vierjarig mannetje dat op zijn krukje naast zijn juf zit, daar was ik al wat huilerig van. Daarna gingen we naar het AMC.
Edwin mocht kangaroeien dus ik deed die andere oudertaak: spuitjes moedermelk maken voor het schoonmaken van Milo's mond. Zes spuitjes per dag, ze spuiten het op een joekel van een wattenstaaf en daar kan Milo dan op zuigen.
Het is prettig werk, je doet iets voor je kind immers. Ik floot nog net niet toen ik de NICU opliep.
Edwin was niet aan het kangaroeien. 'Milo heeft gespuugd en hij houdt zijn temperatuur niet vast.'
Prematuren krijgen geen koorts, die koelen af: niet genoeg energie om zich warm te houden.
Dus moest Milo in de couveuse blijven.
En dan sta je daar met je hand op zijn hoofd en een hand op de deken waar zijn voeten ergens zitten en je kijkt een beetje naar dat mannetje dat nog niet echt op aarde is maar al wel onder de buisjes zit en door zoveel mensen 'in de gaten' wordt gehouden.
De dokter vertelde een uur later in de 'ouderkamer' het mogelijke scenario; als het een infectie is moet hij aan de antibiotica.
'Maar misschien heeft hij gewoon een slechte dag en gaat het straks weer beter.'
Ik snufte per ongeluk nogal luid en keek naar mijn gympies.
23 Mei 13 om 18:17 :: Reageer (vier)
Naaktzwemmen
Ik ga naakt zwemmen met een paar vage vrienden. Het duurt even voor ze me hebben overgehaald en als ik dan eindelijk mijn kleren uit heb, blijkt er een heleboel publiek bij het water te zitten.
Ik word wakker voor ik besloten heb of ik spring of niet.
Zou ik het hebben gedaan? Ik denk het wel. Het is maar blote huid immers. Ik ben niet zo doorzichtig als Milo.
Bij hem kun je naar binnen kijken omdat zijn huid nog zo dun is. We kregen er gisteren les in: bij stress wordt hij rood of juist heel wit.
In zijn couveuse is Milo roder dan als hij tegen me aan ligt, dan is hij wittig. Met stukjes rood. Als slecht gemengd roze.
Is dat dan stress?
Ik vraag de expert hoe rood goed is en ze fronst.
Ik zeg: bij mij wordt hij altijd iets rozener, is hij dan blij?
Dat kan, zegt ze, op een toon die betekent:alles kan.
Het blote lijf als medicijn.
Spring er maar in Milo.
23 Mei 13 om 08:05 :: Reageer (twee)
Echter
Ik schreef dat blogje over bellen en dat was natuurlijk waar, maar ik dacht daarna: er zijn nog engere dingen.
Daar schrok ik wakker van vannacht, zwetend (heb ik nooit gehad eigenlijk, zo paniekerig wakker worden, maar nu het gebeurt lijkt het heel natuurlijk. Blijkbaar past het in mijn draaiboek 'hoe reageren mensen bij onverwachte stress'. Een beetje zoals je New York herkent van de tv-series ook al ben je er nog nooit geweest.)
Ik begin van Milo te houden.
Nu móet hij het wel redden.
Dat moet gewoon.
22 Mei 13 om 08:32 :: Reageer (twee)
Zoete hel
De seconden voor je belt met het NICU. Daarna het wachten tot de verzorger van je kind tijd heeft om de telefoon te pakken.
Weten en niet willen weten door elkaar heen.
Zoete hel.
'Hij heeft een goeie nacht gehad, maar één incidentje. Ik heb hem om vijf uur eten gegeven en als jullie komen kunnen jullie hem verzorgen.'
Eén hartstilstandje maar. Dat is goed nieuws.
22 Mei 13 om 08:14 :: Reageer (een)
Rimpels
Dus we lagen samen te kangaroeien en ik had zijn voetjes in mijn hand. Zijn hoofd met die gekke skimuts lag wat omhoog, zijn mondje mummelde. Helemaal een oud mannetje, vol gerimpelde huid, jukbeenderen en bobbels.
Toen deed hij zijn ogen open. Heel diep donkerpasgeboren blauw.
En ik dacht: je bent misschien een oud mannetje maar je bent wel míjn oude mannetje.
Hij deed zijn ogen dicht en sliep weer verder.
21 Mei 13 om 16:56 :: Reageer (vier)
Tiktak
Milo heeft een goeie nacht gehad met maar drie of vier 'incidentjes'.
Maar drie of vier keer hield zijn hart ermee op. Dat is normaal bij extreem prematuren, maar ik kan er niet aan wennen. Zelfs al is hij omringd door de allerbeste zorg, dat hoort niet, dat je kind 'zo lekker ligt te slapen', dat zijn hart ook in slaap valt.
Wakker maken is overigens een eitje: je tikt tegen zijn rug en hij begint weer.
In het AMC, doolhof van steen en beton, staat zo'n ouderwets staartklok tentoongesteld. Ik snap opeens waarom.
21 Mei 13 om 07:34 :: Reageer (twee)
Bezoek
We doen geen bezoek, maar ouders, broers en zussen zijn de uitzondering.
Gistermiddag kwamen mijn broer en zijn vrouw naar Milo kijken.
Ze mochten ombeurten naar binnen.
Eerst mijn broer.
Hij moest zijn handen in alcohol ontvetten en oh ja, ook zijn ring af.
Naast de couveuse moest hij halt houden. Ik had hem geïnstrueerd: alleen kijken, niet aanraken.
Alleen ouders mogen hun kinderen aanraken in NICU-land. Infectiegevaar is voor mini's levensbedreigend.
Bart hield voor de zekerheid een halve meter extra afstand.
Ik stond ernaast als de verkoper van een product waar de klant nog niet helemaal aan wil.
'Ze hebben hem net ingestopt, want zo'n kleintje koelt gauw af.'
Mijn broer knikte.
'En je kan zijn gezicht ook niet goed zien door dat masker, dat is extra lucht, geen beademing maar een steuntje, zoals je een ballon helpt in het begin, ik weet niet meer hoe het heet maar hij wordt er dus ook een beetje onzichtbaar van.'
Ik ratelde, mijn broer knikte. Alsof we allebei een toneelstukje stonden op te voeren. De klucht van het pasgeboren kind.
We liepen naar buiten. Bij de deur nog een keer ontsmetten.
Els mocht naar binnen. Ik vergat te vragen of ze haar ring wilde afdoen.
Ook zij tuurde in de glazen bak. Je kon de mond van Milo zien. Zijn perfect gevormde handje. Zijn gekreukelde oor met strak mutsje, waarop de luchtsnorkel vastzat.
Ik weet niet meer of ze iets vroeg.
Na afloop dronken we warme chocomel uit de gratis automaat voor ouders. We bieden u graag een warm drankje aan.
Er was een De Luxe versie en een gewone versie. De De Luxe versie had meer melk, dat kon je zien. Je proefde er niets van.
20 Mei 13 om 08:46 :: Reageer (een)
Bellen
Het fijne van een NICU is dat je dag en nacht mag bellen. Je hoeft 's avonds alleen maar de naam van je kind te noemen en je krijgt iemand aan de lijn die je vertelt dat zijn infuus via de navelstreng eruit is.
Een draadje minder om mee te kangaroeien.
's Ochtends mag je nog eens bellen. Ze vertellen dat Milo poept, en veel ook. Daar ben je dan telefonisch trots op. Zijn darmen werken, woehoe.
Er verschijnt opeens een pasgeboren jongetje in mijn hoofd, verstopt in een woud van draadjes in een bliepende plastic bakje. Hij zwaait naar me met zijn luiertje.
'Aran poepte ook zoveel,' zeggen Edwin en ik tegen elkaar en ik voel een vleugje ouder-metamorfose waar de niet-baby liefhebber altijd zo verbaasd over is: Poep, plas, slijm en spuug. Alles wat vies is, vinden verse ouders fijn.
Andersom belt de NICU jou ook, mocht dat nodig zijn.
'We zorgen eerst voor het kind, dan bellen we de ouders.'
Prima volgorde, maar het betekent wel dat ik steeds moet weten waar mijn telefoon is.
En er zijn misschien mensen die hun telefoon ook daadwerkelijk steeds bij zich hebben, ik niet. Om het half uur loop ik ernaar te zoeken. Het geluid staat ook nog eens uit, omdat ik verder zo onzichtbaar mogelijk probeer te zijn. Tegengestelde belangen als het ware.
Maar dat is het thema dezer dagen. Het wezen der vroeggeboorte is met zijn dikke kont op mijn leven gaan zitten en bepaalt nu het ritme der dingen.
En dus: vandaag is een goeie dag.
Geen oproepen gemist.
19 Mei 13 om 07:40 :: Reageer (twee)
14 weken
'Zouden er mensen zijn die niet meer naar het ziekenhuis gaan?' vraagt Edwin onder de douche. 'Die pas na 14 weken komen kijken of hun kind al af is?'
Ik heb pijn in mijn buik maar wil niet onder het warme water weg. Ik knik. Ik kan het me voorstellen namelijk. Dat je er niet aan begint. Aan houden van een kind dat nog niet af is.
Mijn borsten zijn joekelgroot van het kolven. Daar denk ik ook aan. Zo'n lijf dat maar transformeert. En aan Milo, de hele tijd aan Milo. Zijn handje zo groot als mijn duimnagel. Zijn ogen nog niet open. Hij is er nog niet, hij is er nog niet eens en toch ligt hij al in die couveuse. Er woedt een gigantisch schuldgevoel in mij. Mijn ratio wordt erdoor weggeblazen.
Voordat het niet-snappen en de paniek weer begint ontploft achter ons met veel kabaal de sanibroyeur, oftewel de waterpomp die het douchewater moet afvoeren.
Ik zet de douche uit. Edwin rent weg. 'Het gaat alweer,' hoor ik hem roepen.
18 Mei 13 om 09:15 :: Reageer (nul)
Kangaroevrouw
Gisteren kreeg ik een mail over de draaidag van de Boekenbakkers. Die is vandaag over een week.
Samen met een winnend kind moet ik in zes weken een 'boek bakken'. Net als acht andere schrijvers. Superleuk, en mensen in supermarkten mogen die boeken dan sparen, met zegeltjes enzo.
Ik heb altijd al een boek willen schrijven dat je kon sparen. Echt waar.
Het kind moet op die draaidag nog van alles doen, ik niet al teveel geloof ik. Nou ja, schrijven, maar niet op die dag.
Er zijn nogal wat BN-ers bij betrokken en dus TV.
Edwin moest lachen toen hij het hoorde. Maar dat kwam omdat we net in Ikea waren en ik wat draaierig op een blauw plastic demonstratiekrukje zat.
'Na een week is zo'n buikoperatie alweer een hele tijd terug natuurlijk,' zei ik.
Edwin zei niks.
ZZP-er en ruig moederschap. Daar is vast ook een hilarisch boek over te schrijven.
Maandag beslissen of ik doorga met de Boekenbakkers, en anders overweeg ik een nieuwe carrière als kangaroevrouw.
Iedere dag een paar uur halfnaakt in de baby intensive care, en dan mogen ze me bedekken met bliepende baby's.
Schijnt wetenschappelijk enorm verantwoord te zijn.
18 Mei 13 om 07:39 :: Reageer (nul)
Eerste dag terug in de boot
Ik word wakker met paniek. Mijn telefoon is uit, ik kan niet overeind komen en ik weet niet hoe het met Milo is.
In mijn hoofd nog steeds dat cynische zinnetje dat zich gisteren opdrong: het ziekenhuis eet je op, snijdt je baby uit je buik, spuwt je weer uit.
Het is waar en niet waar, waar en niet waar. Ik probeer overeind te gaan zitten. Mis zo'n handvat bij mijn bed. Een bed dat zelf omhoog beweegt.
Is mijn paniek een teken van iets?
Ben ik een teken van iets? Is het weer, de kriebel in mijn teen, de pijn in mijn buik een teken van iets?
Dan bedenk ik dat ze bellen als er wat met Milo zou zijn. Dat helpt een beetje.
Daarna begint het zoeken naar stekkers, vers gehuurde kolfapparaten en een jongetje dat wakker is geworden en zich verstopt in zijn bed. Ik vind alles en iedereen.
We eten beschuit met muisjes, Woek kijkt liever naar Mega Mindy.
Om elf uur wil ik bij Milo zijn, maar eerst opvang voor Aran zoeken. In mijn hoofd een lijst; verzekeringen, annuleringsverzekeringen (ik zou volgende week naar New York), vervoer.
Wat helpt zijn de berichten. Mailtjes, facebook, onverwachte warme steun. Ik ben blij dat ik dit openbaar opschrijf, al is het een risicovol ding om te doen, openbaar schrijven aan een verhaal dat nog geen einde heeft.
17 Mei 13 om 08:04 :: Reageer (acht)
Begonnen
Er is nogal veel dat ik niet begrijp. Dus wil ik graag structuur voor als ik hier wegga.
Ik wil weten hoe laat ik bij Milo kan zijn. Hoe laat niet.
Ik wil eigenlijk niet dat ze zeggen: je kan komen wanneer je wilt.
Tot nu toe zijn de dagen vol. Kolven, heen en weer lopen. Gesprekken met verpleegkundigen, artsen, les in Milo (niet aaien, niet te zacht, wel druk van je hand), rusten. Geen bezoek.
Ik wil naar huis.
Ik ga naar huis. Maar dan?
Misschien dat ik van daar weer kan beginnen met grip. Hoe alles verder moet. Hoe je moet autorijden met een keizersnee, wat niet mag. Hoe ik dan hier moet komen als lopen naar de metro te ver is. En dat zijn dan de praktische dingen, want hoe ik moet voelen - ik zou het niet weten.
Ze zeggen 'neem het per dag'. Maar zelfs als je het per dag neemt gaat het nog weken duren dus die ene dag slaat nergens op. Kijk, daar gaat mijn hoofd weer.
Ik ben nog niet eens begonnen met beginnen.
16 Mei 13 om 16:46 :: Reageer (een)
Witte tuinstoel
Milo klinkt als een cavia. Iets tussen knorren en protesteren in, vooral als hij gaat kangaroe-en.
Dat wil zeggen dat hij uit de couveuse wordt gehaald en van bovenaf met al zijn honderdduizend slangetjes op de blote huid van zijn 'papa' of 'mama'- zoals alle ouders door het couveuse personeel worden genoemd – neerdaalt. Milo is niet groter dan een mannenvoet gok ik, hij is rood, zijn ogen zijn nog steeds niet open. Er zit een buis op zijn neus om hem te helpen ademen, zijn lippen zijn vol, die lijken op de mijne. Dat denk ik tenminste, want heel goed kan ik hem niet zien.
Cocoonen noemen ze het ook, je mag een uur tussen alle piepjes en alermbellen van een baby intensive care achter een geel gordijn genieten. Op een witte plastic tuinstoel.
'Ga maar lekker genieten mama'.
En als van tevoren iemand had gezegd: 'Weet je wat, ik snij je kind uit je buik, behang hem als een kerstboom en jij mag de piek zijn.' Dan had ik geantwoord: 'Ik hou niet zo van kerst.'
Wat blijkt; het is best lekker om naar je knorrende cavia te luisteren. Fuck de kerstballen.
16 Mei 13 om 06:35 :: Reageer (vijf)
Suiker
'Je mag niks tillen dat zwaarder is dan je pas geboren kind.' Dat schijnt een vuistregel na de keizersnede te zijn.
Mijn kind weegt minder dan een pak suiker.
En hij gaat nog afvallen, waarschijnlijk, dat is zo'n onvermijdelijk iets bij pasgeborenen. En ik kan hem ook helemaal niet vastpakken dus wat is dat voor een debiele wereld waarin ik opeens leef, met vuistregels waar ik niets aan heb en een kind dat in mij zou moeten zitten maar in plaats daarvan in een plastic bak met buisjes ligt?
Mijn hoofd wil er niet omheen.
Zoals vroeger, bij gym, wat de gymleraar altijd probeerde: 'Ok, Jowi, je bent nu met je neus eerst over die bok gevlogen en ja, dat doet misschien een beetje pijn. Maar probeer het nog eens, dit keer je handen gebruiken. Nog ns, dat durf je best.'
Toen rende ik altijd hard huilend weg. Ik durfde niet.
We stoppen we hem terug. Op de plek waar hij hoort. Ik zal niet meer bang zijn.
Ik wil nog ns.
15 Mei 13 om 07:15 :: Reageer (zeven)
Milo
Ik dacht dat je met morfine goed zou slapen. Maar het zijn ruimteschepen in je hoofd en je stapt steeds over op een andere terwijl je probeert te onthouden wat wel en niet echt is. Terwijl je probeert te ontdekken welke goed zweeft.
Wat zeker echt is, is dit: We hebben een zoon. Hij heet Milo en hij is gisteren om 18:35 geboren. Lag met zijn voeten al naar buiten en dwars bovendien, er was geen houden aan, het kwam uit het niets en dat heb ik denk ik al wel honderd keer in mijn hoofd gezegd. Dit gebeurt echt. Dit is nu. Niet te stoppen. Dit is fase twee van het onverwachts keihard door het leven glijden in een glijbaan met een kap, zonder ramen: Ik heb een zoon die is geboren met 26 weken en 1 dag. Hij ziet eruit als een iets te rood, haarloos, pasgeboren poesje. Zijn hoofd verdwijnt in alle apparaten, zijn ogen zijn dicht. Als ik het niet al een keer had meegemaakt, zou ik gek worden van angst.
Nu klamp ik me vast aan het gevoel dat ik had toen ik bijkwam uit de narcose (de ruggenprik werkte niet): Met Milo gaat het goedkomen.
Hij zit niet meer in me, maar hij ademt. Hij heeft voetjes en handjes en een mutsje op. Dat is best goed voor zoveel vers leven.
Dit ruimtescheepje neem ik.
En dan later eens leren hoe we gaan landen.
14 Mei 13 om 09:13 :: Reageer (acht)
Veelkoppig monster
Ik vergeet de belangrijke dingen. 'Elk uur dat je niet bevalt maakt de kans op een vroeggeboorte kleiner.'
Zei de de zaalarts dat gisteravond echt? Wat bedoelde ze ermee behalve het voor de hand liggende feit dat ieder uur winst is? Ik word er 's nachts wakker van en peins erover met groot fanatisme.
Ook zei de zaalarts dat het OLVG heeft gebeld om te vragen hoe het met me is.
Het OLVG was het ziekenhuis waar ik vrijdag redelijk niets vermoedend binnenliep voor een extra controle, waarna ik per ambulance naar het AMC werd gebracht. Want hier zitten ze erop, op het redden van pakjes suiker. In mijn hoofd verschijnt het beeld van het ene veelkoppige monster vol blinde ramen en zoemende apparaten dat belt met het andere veelkoppige monster. Wat vind je van mijn hapje?
Er gaat absoluut iets zorgzaams van uit.
'En?' vroeg ik gisteravond dus aan de zaalarts, 'hoe gaat het met me?'
Er verscheen een klein glimlachje op haar gezicht: 'Ik heb gezegd: Ze is nog steeds zwanger.'
13 Mei 13 om 05:53 :: Reageer (drie)
Nu even geen fictie
Daar lig ik dan. Alweer twee nachten. In een grote witte kamer met zo'n douche met een zitje.
Omdat het kindje waar ik zwanger van ben al met 26 weken (dat is het vandaag precies - dat hebben we dan weer gehaald - dat is de nieuwe denktraining), naar buiten wil. Of dreigt te willen.
Niemand weet waarom. Niemand weet wat eraan te doen is (behalve tijdelijke weeënremmers, maar die houden vandaag op. En longrijpers -die ook.)
Liggen, in het ziekenhuis. Ik had nooit bedacht dat ik het zou willen, maar hopelijk lig ik hier weken. Plat, zoveel mogelijk. Want hoe langer ik plat lig, hoe langer het kindje misschien in mij wil blijven.
Als het nu al komt heeft het maar vijftig procent kans om te overleven, zei de kinderarts gisteren. En van die vijftig procent heeft vijfentwintig procent ernstige 'restschade'.
Bij dat soort informatie denk ik steeds: dit gaat niet over mij. Dit wil ik niet. Dit gebeurt niet. Alles wat ik aan wegvluchten, wegrennen en niet geloven in me heb staat op de barricades.
En ik heb vragen.
Ik wil weten of een bevalling rekken tot weken een reëel doel is. Of ik in gevaren of hoop moet denken. Of er nog meer prognoses zijn, of ik méér kan doen, of ik méér had moeten doen.
Er zijn geen antwoorden.
Of eigenlijk wil ik er ook maar één. Dat iemand zegt: het komt allemaal goed. Alles.
Ik glij langs iets glads naar beneden en mijn nagels maken dat piepende geluid op een schoolbord.
12 Mei 13 om 09:06 :: Reageer (zes)
Bed bouwen
Ooit kocht ik bij Ikea een simpel bed. Dat bed heeft al één huis en één boot meegemaakt. In de oude boot werd het opgehoogd en schever gemaakt, want dat is een oude bootwet: hoe schever hoe rechter.
Nu is er de nieuwe boot en opnieuw mag het bed aan de slag. Dit keer schuiner, want schever is een andere vorm van schuiner en ook dat is een botenwet.
We zoeken nog naar een wet voor groter en breder.
04 Mei 13 om 13:15 :: Reageer (vier)
